Sinds 8 juni 2011 staan wij te boek als Protestantse Gemeente.
De St. Pieterskerk is een prachtig, eeuwenoud kerkgebouw met een rijke historie.

De kerkelijke gemeente in Beesd is misschien wel het meest bekend vanwege dr. Abraham Kuyper
die van 1863 – 1867 hier zijn eerste predikantsjaren doorbracht.
Opgeleid als vrijzinnig predikant veranderde hij hier in een meer rechtzinnig predikant,
met name door de omgang met de zeer orthodoxe Pietje Baltus.

Een beknopt historisch overzicht.

Kerkgebouw

De restauratie van ons kerkgebouw in 1999-2000 leverde een schat aan nieuwe gegevens op met betrekking tot de geschiedenis van het kerkgebouw.
In oktober 2004 is er een boekje verschenen van de hand van ons (toenmalig) gemeentelid Marjon Doeser (Technische Universiteit Delft), waarin zij de bouwhistorie en restauratie op een vakkundige manier heeft beschreven.
De bouwperiode(s) van de toren met kempisch – gotische invloeden wordt geschat op eind-15e en half-16e eeuw.
In vroeger dagen werd de toren gebruikt als vluchtplaats voor mens en dier wanneer de rivier de Linge buiten haar oevers trad.
Toen men tijdens de restauratie van 1958-’59 de aarden vluchtophoging uit de toren weghaalde, kwam er dicht bij de ingang een kelder tevoorschijn van 2.00 x 1.90 m.
Het vermoeden bestaat dat deze als gevangenis dienst heeft gedaan.
De ijzeren ringen in de muur zijn nog zichtbaar.

Wapenbord

Wanneer u, staande onder de toren, omhoog kijkt, ziet u midden in het in 1955 aangebrachte gewelf een grote, ronde opening.
Hier doorheen kan de luidklok naar beneden en omhoog getakeld worden.
Het gat is afgedekt door een houten vloer waarop het gemeentewapen van de voormalige gemeente Beesd is geschilderd.
Dit werd in 1816 door de Hoge Raad van Adel verleend.
Op de eerste verdieping van de toren sliepen ooit de mensen die bij watersnood en ander onheil hun toevlucht zochten in de toren.

Op de tweede verdieping vindt u de klokkenstoel met daaraan bevestigd de luidklok
met een middellijn van 123 cm.
Het latijnse opschrift vermeldt in gotische letters:
Sanctus Petrus • Vocor • Anno • Dni MCCCCLXVlll Johs • Et • Wilhelmus • Hoerken • Fres Me • Fecert.
Vertaald is dat: “Heilige Petrus, word ik genoemd” Anno Domini 1468.
Johannes en Wilhelmus Hoerken hebben mij vervaardigd.”

De huidige zaalkerk werd in 1825, na een grondige verbouwing van de middeleeuwse
St. Pieterskerk, in gebruik genomen.
Aan de oostkant verwijderde men het koor en daar verrees een nieuw ingangsportaal.
Bij de restauratie, is ontdekt, dat men bij de verbouwing in 1825 gebruik heeft gemaakt van ouder bouwmateriaal.
Zo liet men één rij van vier pilaren staan om daartussen een nieuwe muur op te metselen die vervolgens als noordelijke buitenmuur dienst ging doen.
Aan de zuidkant liet men de middeleeuwse muur intact en plaatse men slechts nieuwe ramen
in de gevel. Het dak werd verlaagd maar men liet de oude kapconstructie voor een deel intact.
Bij de graafwerkzaamheden in de kerk zijn de funderingsresten van een vroegere kerk
aan het licht gekomen.
Deze kunnen met enige zekerheid gedateerd worden in de periode 1000-1100!
Alle nieuwe “vondsten” geven ons een beter inzicht in de geschiedenis van het gebouw
en daarmee ook van het kerkelijk leven in Beesd.

Een van de opmerkelijkste conclusies is, dat het dorpje Beesd een hallenkerk moet hebben gehad van een omvang die in menige Hollandse stad niet zou hebben misstaan.

De prachtige mahoniehouten preekstoel en het orgelfront dateren uit 1825.
De lampen zijn reproducties naar het voorbeeld van de vroegere olielampen.
De Protestantse Gemeente bezit een zilveren avondmaalstel uit 1824
dat nog altijd wordt gebruikt.

Bij de verschillende verbouwingen is de indeling van de kerk nogal eens gewijzigd.
Vrouwen en mannen hadden gescheiden zitplaatsen.
De ‘hoge’ banken waren bestemd voor de kerkenraadsleden,
voor de bewoners van de heerlijkheid Mariënwaerdt en het daartoe behorende personeel.
Orgelhistorie:

Orgel

Op 23 oktober 1825 werd de huidige zaalkerk na een grondige verbouwing weer in gebruik genomen.
Van de Waals hervormde gemeente te Vianen werd het door J.H.H. Bätz voor f. 500, – geleverde orgel uit 1756 aangekocht.
Carolina barones van Wassenaar douairière O.H.W. graaf van Bijland en van Mariënwaerdt kocht dit instrument met orgelkas en liet dit door haar timmerman – rentmeester J.W.F. Snetlage plaatsen in de toenmalige hervormde kerk van Beesd. Dhr. Snetlage voegde het met een ander orgel samen.
De historische orgelkas (frontzijde) is bij die gelegenheid verdiept tot aan de achtermuur van het kerkgebouw. Of er voor 1825 een orgel in de kerk van Beesd aanwezig is geweest, is niet met zekerheid te achterhalen.

Verschillende keren in de geschiedenis heeft reparatie en / of onderhoud plaatsgevonden.
In 1913 werd een nieuw orgel gebouwd in de oude kas door fa. J.J. de Koff uit Utrecht.
Dhr. de Koff was meesterknecht bij de fa. Bätz tot dit bedrijf in 1902 werd opgeheven.

Huidige dispositie.

Hoofdwerk / onderklavier Nevenwerk / bovenklavier

Bourdon 16’ Holpijp 8’
Prestant 8’ Roerfluit 4’
Roerfluit 8’ Sesquialter 2’ st (1970)
Violoncel 8’ Woudfluit 2’ st (2000)
Trompet (gedeeld) 8’
Octaaf 4’
Octaaf 2’
Mixtuur 2-3-4 st

Omvang manualen: C – f’’’ , omvang pedaal: C – d’. Koppel: Boven- aan onderklavier